Vier Italiaanse meesters onder je kerstboom

Le notti di CabiriaVier Italiaanse filmmakers lonken naar een plekje onder je kerstboom. Vittorio De Sica, Luchino Visconti, Federico Fellini en Michelangelo Antonioni.

Al in het begin van de vorige eeuw slaagden Italiaanse regisseurs erin om hun films met succes te exporteren. Epische kostuumfilms als Cabiria van Giovanni Pastrone deden het niet alleen goed in andere Europese landen, ze oefenden ook een invloed uit op het werk van Amerikaanse filmpioniers als Cecil B. DeMille en D.W. Griffith.

Maar het was pas toen de geluidsfilm zijn intrede deed en Mussolini er een uitstekend propagandamiddel in zag, dat de Italiaanse filmindustrie de slagkracht kreeg om een belangrijke internationale speler te worden. Niet het minst omdat ze in 1937 de grootste en meest geavanceerde filmstudio van het Europese vasteland kreeg: Cinecittà.

Daar werden hoofdzakelijk middelmatige, sentimentele komedies of drama’s gedraaid, en weinig hoogstaande auteursfilms, want het was Mussolini vooral te doen om de kwantiteit, maar begin de jaren 1940 trachtte een kleine groep filmmakers daar verandering in te brengen.

De film die het glorieuze tijdperk van het Italiaanse neorealisme zou inleiden, staat op naam van Luchino Visconti, en werd voor een groot stuk buiten het Italiaanse studiosysteem om gedraaid. Ossessione (1943) was gebaseerd op de roman The postman always rings twice van James M. Cain en leunt aan bij de film noir. Alleen waren zowel de plot als de settings realistischer dan in de doorsnee Amerikaanse genrefilm.

Ossessione had alles om een hit te worden, maar de (hooguit lichtjes) verholen marxistische kritiek op het fascisme zorgde ervoor dat de film in de ban werd geslagen. Mussolini kon echter niet verhinderen dat de film in Italië clandestien werd vertoond en op die manier het neorealisme verder aanwakkerde.

Een van de vaandeldragers van dat ‘genre’ was zonder twijfel Vittorio De Sica, de maker van onder meer Ladri di biciclette (1948). Met een niet-professionele cast en ongepolijst camerawerk vertelde De Sica het verhaal van de kleine man in het naoorlogse Rome. Zijn directe, no-nonsense aanpak maakte de maatschappijkritische plot intenser en plaatste de Italiaanse cinema op de internationale kaart.

Niet lang daarna echter was het sprookje van het Italiaanse neorealisme gedaan. Italië begon er economisch bovenop te komen en het publiek had geen boodschap meer aan het maatschappelijke en politieke engagement van De Sica en consorten; de kijkers wilden entertainment en hechtten meer belang aan het individu dan aan de maatschappij.

Het is die evolutie die Federico Fellini en Michelangelo Antonioni ertoe bracht om films over de beslommeringen van dat individu te maken. De eerste pakte het met somptueus lyrische klassiekers als La dolce vita (1960) echter anders aan dan de tweede, een cinematografische estheet die zich in tijdloze kleinoden als L’avventura (1960) een meester toonde in het documenteren van de vervreemding.

De Standaard

Lees ook:Vincere, film over Mussolini’s geheime vrouw
Lees ook:Mussolini op loonlijst Britse geheime dienst
Lees ook:Van neofascist tot kamervoorzitter
Lees ook:Geen onderzoek naar moord op Mussolini
Lees ook:Italianen moeten traditionele lekkernijen vaarwel zeggen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.